Het is zover,’ zei mijn vriend. ‘Ik heb geïnvesteerd in een geurtje. Ik ben een Nieuwe Man.’
Tja, weer zo een, dacht ik bij mezelf. Als dat zo doorgaat, houd ik geen vrienden meer over. Het is heden ten dage blijkbaar bon ton om jezelf met parfum te besproeien, over je gevoelens te praten en indien nodig een heleboel tranen te storten, liefst en plein publique. Dan ben je dat soort van man dat, voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid, in staat wordt geacht met vrouwen te kunnen communiceren. Zij zullen je begrijpen, je graag zien om wie je werkelijk bent, want echte schoonheid zit vanbinnen en nog meer blablabla, maar zo goed als geen boemboem.
Nee, niets voor mij. Ik blijf liever rauw, ongepolijst. Ik scheer mij nog nat, met schuim en scheermes. Ik praat niet over wat ik voel, ik voel toch niet. Ik loop –te vaak misschien- mijn kloten achterna. Met wisselend succes weliswaar, maar ik ben tenminste een man. Oh ja, ik drink wel eens te veel en dan hang ik boven de pot, maar ik weet tenminste wat een kater is. En zijn het niet de katers die de poezen pakken?
‘En welk geurtje heeft meneer dan in zijn nek plakken?’ vroeg ik mijn vriend, terwijl ik sterk begon te twijfelen of hij mijn vriend nog was. Uiteraard liet ik niets merken van mijn onzekerheid, want twijfel is voor sissies en dat ga ik uit de weg zoals alleen echte mannen twijfel uit de weg kunnen gaan.
‘Gewoon, de nieuwe Hugo Boss.’
‘Ah, de nieuwe Hugo Boss,’ mompelde ik. ‘Zo zo.’ Even doken de woorden weer op van mijn nonkel Hugo’s aandoenlijke speech bij ons laatste familiale samenzijn, een koffietafel weliswaar. Als een echte man immers had mijn nonkel Hugo bijzonder teder gesproken over zijn overleden vrouw, mijn tante Maria. ‘Toen ik wakker werd,’ zo sprak hij dapper, ‘lag ze naast het bed en dat deed ze anders nooit. Dus ik had meteen in ’t snuitje dat er iets niet klopte. En dat bleek haar hart te zijn. Ze wist nochtans goe dat ze op hare suiker moest letten, en die zak nougat en dat half pond spekken zullen haar geen deugd hebben gedaan. Maar ’t is maar ene keer foor op een jaar en ’t mag iet hebben, dachten wij allebei. Blijkbaar hebben we dat verkeerd gedacht. Ach, lieve Maria, het gaat u goed daarboven. ’t Is ’t hopen dat ge daar nougat en spekken kunt eten zonder erbij neer te vallen, of uit uw bed.’ Ach, van mijn nonkel Hugo kon ik nog veel leren. Dat stond als een paal boven water.
‘Kathy en ik hebben ons trouwens ingeschreven voor een lessenreeks partnerdansen op beginnersniveau.’
Wablief, dacht ik, maar dat zei ik gelukkig niet. In plaats daarvan dacht ik aan de grootste verschrikking op dansgebied, nl Dirty Dancing. Ik hou hoegenaamd niet van Dirty Dancing. Ik walg er gewoon van. De manier waarop die Patrick Swayze van katoen geeft, doet me kokhalzen. Swayze is gewoon een strandjanet en daarmee is de kous af. Ok, hij heeft misschien meer spieren dan mij, maar ik geef tenminste geen dansles. Dansles geven is voor mietjes. Net zoals jezelf besprenkelen met parfum en over je gevoelens praten.
‘We kunnen natuurlijk ook samen gaan dansen? Waarom doen jij en je vrouwtje niet gewoon mee?’
‘Euhh…’ was het enige wat ik wist uit te brengen, want zoiets vraagt men natuurlijk niet aan een echte man. ‘Wel…, het zit namelijk zo…’
‘Hoe gaat het eigenlijk met je vrouwtje? Alles een beetje ok?’
Wow, time-out vriend, kwam toen spontaan in mijn gedachten op. Ik heb niet één vrouw, ik heb er velen. Ik bemin ze allemaal, zolang ze maar een lekkere kont hebben en een balkon. Ik ben ook erg in ze geïnteresseerd, tot ik ze na één nacht uit mijn bed sjot, want deze jongen laat zich niet zomaar vangen. En denk nu maar niet dat ik bindingsangst heb. Ik wil gewoon vrij zijn, dat heeft niets met angst te maken. Angst hebben is iets wat ik totaal niet ken. Dat klinkt misschien gevaarlijk, maar ‘living on the edge’ is wel bijzonder toevallig op mijn lijf geschreven.
Ik had trouwens ook schoon genoeg van het geleuter van mijn vriend, die al lang mijn vriend niet meer was. Ik haalde diep adem om die gast eens goed de les te gaan spellen. Ik zou het hem allemaal eens goed in zijn gezicht gaan wrijven, dat van dat zielig parfumgedoe, dat van dat danspasjesgezeik, en al dat gelul over hoe het gaat met Janneke en hoe Mieke het maakt. Dat moest hier maar eens gedaan zijn met het uithangen van de Nieuwe Man. De Nieuwe Oetlul ja, dat zou hem beter passen.
Net op dat ogenblik klikte een sleutel in het slot en hoorde ik een bekende stem “Ik ben thuis!” roepen. Nog geen tien tellen later verscheen een even bekend vrouwtje dat me bescheiden op de mond kuste. ‘Mmm,’ zei ze en ze stak haar neus in de lucht. ‘Ik ruik de nieuwe Hugo Boss. Klasse.’ En ze knipoogde naar de oetlul die tegenover mij zat. ‘Morgen koop ik voor jou de nieuwe Armani, schat,’ zei het vrouwtje tegen mij. ‘Die robuuste geur zal jouw zachte karakter perfect aanvullen. Ik heb trouwens telefoon gekregen van Kathy.’ De oetlul over mij spitste zijn oren. ‘Ze vroeg me of we misschien samen met hen danslessen wilde volgen. Ik vond dat best een leuk idee en heb ons meteen ingeschreven voor de eerste lessenreeks. Leuk he, liefje?’
‘Ohh…’ kreunde ik, terwijl mijn hartspier in elkaar kromp en ik even geen adem meer halen kon.
Tom Marien